Egypte, juni 2026 Lief Nederland, Mijn oom wees naar de muur. En met dat simpele handgebaar maakte hij een einde aan de nacht. Mijn neef stribbelde nog even tegen. ‘Eén potje nog’, probeerde hij, maar mijn oom was onverbiddelijk, wees weer naar de muur en verliet de kamer pas toen de houten taulakist op slot zat.

Taula – mijn neef en ik konden ons urenlang vermaken met deze Egyptische variant van backgammon. Overdag sliepen we, en ’s nachts, als de temperatuur aangenamer werd, bogen we ons over het bord met de langgerekte driehoeken. Ik hield van het geluid van de kleine dobbelstenen, het klakken van de schijfjes, de mysterieuze term shish bish die we gebruikten als één van ons een zes en een vijf gooide.

Soms maakte strategie het verschil (als ik won), soms leek alles geluk (als ik verloor). Toch waren al die potjes slechts bijzaak. Als het ons alleen om het spel te doen was, dan had mijn oom ons waarschijnlijk laten spelen tot het ochtendgloren. De kracht van taula was dat we gingen praten.

Zodra een van ons de houten kist na het avondeten openklapte en we de schijfjes op kleur sorteerden, kwamen de woorden en vragen vanzelf. Shish bish – hoe heten de meisjes waar je verliefd op bent? Shish bish – waarom bidden jullie in Nederland niet vrijdags in de moskee?

Shish bish – laten we gaan studeren in Amerika, of Engeland, of Frankrijk. En terwijl de dobbelsteentjes over het bord rolden, discussieerden we over geloof en politiek. Dat laatste nekte ons. We mochten over verliefdheden praten, over films, over boeken. Maar politiek, nee Misschien had ik de naam Moebarak iets te hard uitgesproken, misschien had ik geen vragen moeten stellen over de moslimbroeders of de oorlogen tegen Israël uit een ver verleden.

Een van onze woorden had onze oom gewekt en in hem de angst voor de muur naar boven gehaald. Wist ik dan niet dat de muur oren heeft? We mochten over verliefdheden praten, over films, over boeken. Maar politiek, nee. Een paar jaar later – Moebarak was inmiddels gearresteerd, het bloed op het Tahrirplein was nauwelijks opgedroogd – ging elk gesprek over de aanstaande presidentsverkiezingen.

Mijn neef nam me mee naar een grote bijeenkomst op de Alexandrijnse universiteit waar een debat werd gevoerd tussen liberalen en moslimbroeders, en jongeren met veel passie hun voorkeuren lieten horen. Zelfs mijn oom leek zijn angst voor de muur heel even kwijt te zijn, al was van werkelijk enthousiasme bij hem weinig sprake.

Praten over politiek deed hij nog steeds liever niet. Hij kreeg gelijk. Tijdens het mislukte presidentschap van moslimbroeder Morsi zag ik de sfeer verharden. Zelfs een gesprek tussen familieleden kon uit het niets ontvlammen. De muur met oren is gevaarlijk, maar minstens zo gevaarlijk is een muur die tussen mensen staat.

Ik denk dat mijn oom ons vooral daarvoor wilde behoeden, voor de mogelijkheid dat meningsverschillen ons uit elkaar zouden drijven. In al dat tumult bleven mijn neef en ik taula spelen. We stapelden schijven en dobbelden