Rijke landen stelden in 2024 31,7 miljard euro beschikbaar zodat ontwikkelingslanden zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Volgens de Verenigde Naties is dat bij lange na niet genoeg: arme landen komen nog altijd honderden miljarden euro's tekort om zich tegen de gevolgen van een warmer klimaat te beschermen.

Dat tekort blijft bestaan ondanks toezeggingen van welvarende landen om de komende jaren meer bij te dragen. Voorlopig is dat niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat vergeleken met de bedragen die de VN nodig acht, waardoor de financieringskloof groot blijft.

De cijfers onderstrepen een aanhoudende tweedeling in het internationale klimaatbeleid: landen die het minst hebben bijgedragen aan de uitstoot van broeikasgassen zijn vaak het meest blootgesteld aan droogte, overstromingen, hitte en een stijgende zeespiegel, maar hebben de minste middelen om zich daartegen te wapenen. Het geld is onder meer bedoeld voor waterkeringen, droogtebestendige landbouw en weerbaardere infrastructuur.