De rente op spaargeld stijgt weer. Op een gewone spaarrekening ligt die rond 1,5 procent, terwijl een deposito ruim 3,5 procent oplevert als het geld vier jaar vaststaat. Dat blijkt uit berichtgeving van 19 oktober 2026.
Het verschil zit in de vorm van sparen. Bij een reguliere spaarrekening blijft het geld vrij opneembaar en bedraagt de rente ongeveer 1,5 procent. Een deposito geeft een hogere rente, op voorwaarde dat het geld de afgesproken periode — in dit geval vier jaar — blijft staan; dan loopt de rente op tot boven de 3,5 procent.
Geldredacteur Maartje Huijben zet de voor- en nadelen van deze spaarvorm uiteen. Daarbij staat het hogere vaste rendement tegenover de verplichting om het geld de hele looptijd vast te zetten. De vergelijking is bedoeld als hulp voor spaarders die willen bepalen of een deposito beter bij hen past dan een gewone spaarrekening.






