Premier Rob Jetten woont zondag de onthulling bij van een monument voor de Molukse gemeenschap in Rotterdam. Naar verwachting biedt hij daar namens de overheid excuses aan voor de behandeling van Molukkers in het verleden. Na de Tweede Wereldoorlog werden 12.500 Molukkers, waaronder KNIL-militairen en hun gezinnen, naar Nederland overgebracht.

Ze verbleven tijdelijk in onder meer kazernes en voormalige concentratiekampen Vught en Westerbork. De excuses erkennen het historische onrecht dat de Molukse gemeenschap is aangedaan. Molukkers vochten in dienst van het KNIL, maar konden na de onafhankelijkheid van Indonesië niet terugkeren naar Ambon.

Historicus Wim Manuhutu benadrukt dat de Molukkers een sterke regionale identiteit hadden en zich niet vertegenwoordigd voelden door het Javaanse nationalisme. Ze werkten samen met de koloniale overheerser, maar werden evengoed onderdrukt.