Noortje Luijten, een 34-jarige politieagente uit Tilburg, heeft de diagnose chronische posttraumatische stressstoornis (PTSS) gekregen nadat ze honderden keren de dood van dichtbij had meegemaakt. Collega's noemden haar gekscherend 'chef lijk' omdat ze vaak werd ingezet bij situaties met overledenen of reanimaties.
Luijten kwam op haar 18e bij de politie, met de wens mensen te helpen en iets voor de maatschappij te betekenen. Ze maakte talrijke traumatische gebeurtenissen mee, waaronder een neergestoken collega die tegen haar zei: 'Ik ga dood.' Ze ervoer weinig psychologische begeleiding; de instelling was dat dit bij het vak hoorde. 'Ik kon nog amper mijn eigen naam uitspreken,' zegt ze over de impact van het opgestapelde trauma.
Nu thuis met PTSS blikt Luijten terug op hoe ze steeds haar grenzen verlegde en zichzelf voorhield dat iedere nieuwe ervaring meeviel vergeleken met de vorige. Haar verhaal benadrukt de langetermijnrisico's voor de geestelijke gezondheid van hulpverleners die herhaaldelijk met dood en geweld worden geconfronteerd, zonder adequate ondersteuning.






