De politie heeft uitgebreide opsporingsmiddelen ingezet, waaronder het afluisteren van telefoongesprekken, het plaatsen van afluisterapparatuur in auto's en de inzet van een undercoveragent, in het onderzoek naar drie douaniers die verdacht worden van corruptie. De operatie, waarbij 'extreem veel' telefoongesprekken werden opgenomen, werd op 20 juli 2026 bevestigd door meerdere bronnen.

Het onderzoek richtte zich op de drie ambtenaren, die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij corrupte praktijken. De politie greep naar de zwaarste opsporingsmethoden, maar het is nog onduidelijk of deze inspanningen voldoende bewijs hebben opgeleverd om tot vervolging over te gaan.

Er worden vragen gesteld over de effectiviteit van de operatie, aangezien de resultaten van de surveillance niet bekend zijn gemaakt. De zaak benadrukt de uitdagingen bij het aanpakken van corruptie binnen wetshandhavingsinstanties.