Een weduwnaar die een nieuwe hypotheek wilde afsluiten om meer financiële ruimte te krijgen en zijn huis te verbouwen, kan dat plan niet doorzetten. Het testament van zijn overleden vrouw was niet op orde en zijn dochter wilde niet toegeven.

De man vroeg de nieuwe hypotheek aan om meer financiële armslag te krijgen. Een deel van het geld was bedoeld voor een verbouwing van zijn woning, een ander deel wilde hij overhouden voor "leuke dingen". Daarmee was de aanvraag begrijpelijk, maar de uitvoering bleek een stuk lastiger dan verwacht.

De belemmering zat in de afwikkeling van de nalatenschap van zijn vrouw. Omdat het testament bij haar overlijden niet goed geregeld was, kon de hypotheek niet worden afgesloten zoals gepland. De halsstarrige houding van de dochter betekende uiteindelijk dat de nieuwe hypotheek niet doorging, zo bleek op 1 oktober 2026.

Bedragen, waarden van het huis of verdere bijzonderheden over de nalatenschap werden niet genoemd. De zaak draait om één punt: een testament dat niet op orde is, in combinatie met een familielid dat niet meewerkt, kan een achterblijvende partner beletten de financiering te regelen waarop hij had gerekend.