Vanaf 1 januari 2027 moeten geldverstrekkers bij hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) rekening houden met het funderingsrisico. Daardoor kunnen kopers van een woning met een slechte fundering minder lenen.
De garantie-instelling heeft bepaald dat hypotheekverstrekkers de verwachte kosten voor het herstel van een fundering moeten meewegen bij de aanvraag. Is het risico op funderingsproblemen hoog, dan drukken die mogelijke herstelkosten op het maximale leenbedrag. Kopers van zo'n woning kunnen daardoor minder lenen dan bij een huis zonder funderingsproblemen.
De wijziging sluit aan op een aanpassing die op 1 april 2026 inging: sindsdien staat het funderingsrisico duidelijker in het taxatierapport. Elke woning krijgt een risicoklasse van A tot en met E, waarbij A het laagste risico is en E het hoogste. In het rapport kan ook een indicatie van de mogelijke herstelkosten staan. Bij een woning met klasse D of E kan aanvullend funderingsonderzoek nodig zijn om vast te stellen hoe de fundering ervoor staat, welk herstel nodig is en wat dat ongeveer kost.
Een risicoklasse is niet hetzelfde als een definitief oordeel over de fundering. De inschatting is onder meer gebaseerd op de bodemopbouw, het bouwjaar en het bouwsysteem van de woning. De NVM waarschuwt dat de beschikbare gegevens niet altijd volledig of juist zijn.






