Negen beklaagden stonden op woensdag 14 oktober 2026 terecht voor hun vermeende rol in een internationale drugsorganisatie die een appartement in Borgerhout als uitvalsbasis zou hebben gebruikt en een cocaïnetransport van 1.200 kilogram plande.
Volgens het parket onderhield de organisatie internationale contacten en probeerde ze via de haven van Antwerpen cocaïne te importeren. Een voormalige Albanese politieman zou daarbij geholpen hebben. Speurders konden geen enkele geslaagde cocaïne-uithaling uit de haven bewijzen; het dossier steunt naar verluidt op de planning en de contacten van het netwerk, niet op een voltooide invoer.
De voormalige politieman zou naar verluidt hebben gezegd dat hij Kaai 730 beter kent dan zijn eigen huis, een uitspraak die in de berichtgeving over de zaak wordt aangehaald als aanwijzing voor zijn bekendheid met het havengebied.
"Dit dossier is nog maar het tipje van de sluier," stelde de aanklager, wat erop wijst dat het onderzoek mogelijk verder reikt dan deze zaak.
De negen beklaagden riskeren celstraffen tot vijf jaar. De zitting vond plaats op 14 oktober 2026; over een uitspraak is in de beschikbare berichtgeving niets vermeld.






