Op 13 augustus 2026 lag het water van de Spuiboezem bij het Zeeuwse dorp Bath vrijwel geheel bedekt met dode zilverkleurige vissen, voornamelijk karpers en palingen. Lokale berichten omschrijven het beeld als een tapijt van kadavers, waarbij geen water meer zichtbaar was.
Sportvisser Paul Bevers stond in een rubberboot te midden van de dode vissen en zei verslagen te zijn. “Het is onwerkelijk”, liet hij weten. Volgens Bevers waren de vissen het jaar daarvoor uitgezet in het water.
De oorzaak van de massale vissterfte is nog niet bekendgemaakt. Ook hebben autoriteiten nog niet gereageerd op mogelijke opruimwerkzaamheden of vervolgonderzoek.






