Koning Charles III heeft Ruth Ellis postuum voorwaardelijke gratie verleend. De Britse regering maakte het besluit op 8 juli 2026 bekend, waarbij de doodstraf symbolisch is omgezet in een levenslange gevangenisstraf, zeventig jaar nadat ze in 1955 werd opgehangen wegens de moord op haar partner.
Ellis, destijds 28, werd geëxecuteerd na een proces dat al lang als gebrekkig wordt beschouwd. Vicepremier Lammy zei dat de gratie een 'diepgaand onrecht in dit uitzonderlijke geval' erkent. De symbolische omzetting betekent dat Ellis's naam nu is gezuiverd van de doodstraf, maar de moordveroordeling blijft staan.
De stap volgt op een lange campagne van de familie Ellis en juridische pleitbezorgers, die betoogden dat ze een slachtoffer was van huiselijk geweld en dat het oorspronkelijke proces verkeerd was verlopen. De gratie werd verleend onder het Koninklijk Genaderecht, een oude bevoegdheid van de vorst op advies van de regering.






