Klimaatwetenschappers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verwachten "magere jaren" voor het klimaatbeleid. Dat zeggen zij enkele dagen voor de opening van de VN-klimaattop COP31 in het Turkse Antalya op 9 november 2026.

Onderzoeker Detlef van Vuuren constateert dat de stemming sinds het Klimaatakkoord van Parijs sterk is veranderd. "Na het Klimaatakkoord van Parijs was er heel veel enthousiasme. Nu is er veel geopolitieke tegenwind en is het lastiger om vooruitgang te boeken," zei hij. Collega Michel den Elzen concludeert dat het "magere jaren" zijn. Volgens Van Vuuren wordt de top in Antalya, de 31e Conference of the Parties, niet de belangrijkste COP ooit. "Het zal vooral gaan over implementatie. Toch lijkt het me goed dat landen daarover spreken," aldus Van Vuuren, die opmerkt dat het juist aan de uitvoering vaak ontbreekt.

De onderzoekers berekenden hoeveel broeikasgassen de mensheid nog mag uitstoten om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken, een doel dat volgens hen niet meer haalbaar is. Begin dit jaar bedroeg het resterende koolstofbudget 130 gigaton CO2, tegenover een jaarlijkse uitstoot van ongeveer 40 gigaton. "Er is nu dus nog zo'n 90 gigaton over, genoeg voor een jaar of twee," zei Van Vuuren. Het vertrek van de Verenigde Staten was volgens de wetenschappers een andere tegenslag.

Ondanks het sombere beeld wezen de PBL-onderzoekers ook op positieve ontwikkelingen. Den Elzen zei dat de groei van hernieuwbare energie veel sneller gaat dan verwacht.