Op 24 juni 2026 uitten drie Amerikaanse Hooggerechtshofrechters een felle kritiek op het systeem van schikkingen (plea deals), met ongebruikelijke verwijzingen naar orang-oetans. The New York Times meldde dat het onwaarschijnlijke trio, van wie de identiteit niet direct werd gespecificeerd, de dierverwijzingen gebruikte om wat zij zagen als gebreken in het strafrechtelijke proces te benadrukken.
De kritiek van de rechters richtte zich op de prevalentie van schikkingen, waarbij zij stelden dat deze verdachten vaak onder druk zetten om schuldig te pleiten zonder een volledig proces. De orang-oetanverwijzingen leken te dienen als een retorisch middel om de vermeende absurditeit van het systeem te onderstrepen.
Deze ontwikkeling komt te midden van een breder debat over de rol van schikkingen in het Amerikaanse rechtssysteem. Juridische experts zeiden dat de ongebruikelijke taal van de rechters wees op diepe zorgen bij sommige rechters over de eerlijkheid van de huidige praktijken.


