Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft op 22 september 2026 geweigerd in te grijpen in een voogdijgeschil over een baby die via draagmoederschap is geboren, nadat de draagmoeder een abortus weigerde toen bij de foetus een ernstige hartafwijking werd vastgesteld.

McKenna West droeg de zwangerschap en beviel van een kind met een ernstige hartafwijking, tegen de wens van de biologische ouders in. Zij vroeg de rechters een rechterlijk bevel te blokkeren dat de voogdij aan de biologische ouders toekende. West vecht voor een stem in de zorg voor de baby.

Rechter Kagan oordeelde tegen het verzoek van de draagmoeder, waardoor het bevel van de lagere rechter van kracht blijft. Doordat het Hooggerechtshof niet ingrijpt, behouden de biologische ouders de voogdij zolang het geschil voortduurt.

De zaak raakt zowel vragen over draagmoederschapsafspraken als beslissingen tijdens de zwangerschap, en trok aandacht omdat het geschil via een spoedprocedure bij het hoogste rechtscollege terechtkwam. Nadere uitleg van de rechters over hun afwegingen was in de beschikbare berichtgeving niet opgenomen.