De nieuwe zelfstandigenwet, die duidelijkheid moet scheppen over wie wel en niet als zelfstandige aan de slag mag, krijgt een hard oordeel te verduren: in de huidige vorm dreigt juist nieuwe onzekerheid en mogelijk meer regeldruk, terwijl de toegevoegde waarde niet duidelijk is.
De wet moet de grens scherper trekken tussen echte zelfstandigheid en werk dat eigenlijk in loondienst zou moeten worden gedaan. Dat onderscheid is van belang voor zzp'ers en voor de opdrachtgevers die hen inhuren, zo is de gedachte achter het wetsvoorstel.
Volgens het oordeel dat op 5 november 2026 naar buiten kwam, levert de wet in de huidige vorm die duidelijkheid niet op. Zzp'ers zouden juist met nieuwe onzekerheid over hun positie kunnen komen te zitten, bovenop de administratieve lasten die zij al dragen. Daarmee is de meerwaarde van de wet niet aangetoond.
Of de bezwaren leiden tot aanpassing van het wetsvoorstel, blijkt niet uit de beschikbare informatie. De kernvraag is of een wet die onduidelijkheid onder zzp'ers wil wegnemen, dat kan zonder verplichtingen op te leggen die hen juist minder zeker maken dan voorheen.






