Het gerechtshof in Den Haag behandelde op 21 oktober 2026 de zaak tegen vijf verdachten wegens het verstoren van de openbare orde bij de ontruiming van een kraakpand aan de Passeerdersgracht in Amsterdam, ruim vijftien jaar geleden.
De zitting is een nieuwe stap in een juridische procedure die al meer dan vijftien jaar sleept. De vijf verdachten wordt verweten dat zij de orde hebben verstoord rond de ontruiming van het gekraakte pand in de hoofdstad. Een uitspraak werd op 21 oktober 2026 niet gemeld; het gerechtshof moet nog beslissen.
De verdediging herhaalde tijdens de zitting dat de betrokkenen vreedzaam hebben gehandeld. Advocaat Willem Jebbink stelde dat daar al die jaren niets aan is veranderd.
"We hebben het al die jaren bij het juiste eind gehad: de betoging was volstrekt vreedzaam," aldus Jebbink.
In de zaak spelen ook beschuldigingen over het optreden van de politie tijdens de ontruiming van het krakersbolwerk, waaronder de bewering dat agenten met wapenstokken in het rond sloegen. Die aantijgingen maken deel uit van het al jaren durende geschil over het verloop van de ontruiming.






