Gen Z-jongeren richten naschoolse clubs op en spreken op buurtbijeenkomsten om de uitbreiding van AI-datacenters aan te vechten, zo blijkt uit een nieuw verslag. De jeugdbeweging weerspiegelt een groeiende zorg over de milieu- en sociale gevolgen van de enorme computerinfrastructuur achter kunstmatige intelligentie.

Deze jonge activisten, van wie velen zelf AI-tools gebruiken, worstelen met een interne tegenstrijdigheid: ze verzetten zich tegen de datacenters, maar blijven afhankelijk van de technologie die ze aandrijven. Hun betrokkenheid varieert van het mobiliseren van leeftijdsgenoten tot het spreken op lokale hoorzittingen, vaak met een generatieperspectief in het debat.

Het verslag benadrukt dat tieners een steeds vocalere rol spelen in lokale discussies over de locatie van datacenters, energieverbruik en impact op de gemeenschap. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat hun inspanningen worden gecompliceerd door hun eigen dagelijkse gebruik van AI-diensten, waardoor het onderwerp zowel persoonlijk als politiek is.