Eva (32) en Thomas (36) geven in twee dagen 430 euro uit en schrikken vervolgens van hun banksaldo. Dat gebeurt ongeveer tweeënhalf week nadat hun salaris is gestort.
Het stel voert bijna elke maand hetzelfde gesprek. Kort nadat het loon binnenkomt, blijkt het saldo al lager dan verwacht, en elke rekening die nog moet worden betaald zorgt voor stress. De 430 euro die in twee dagen opgaat, is het bedrag dat aan hun geval wordt gekoppeld en laat zien hoe snel het geld na de salarisbetaling weer verdwijnt.
Centraal staat het gat tussen het moment waarop het inkomen binnenkomt en de vaste en wisselende lasten die daarna volgen. Het gaat om een terugkerende maandelijkse cyclus, niet om een eenmalig incident: salaris binnen, een korte periode van uitgaven, dan schrik om het saldo en druk van de betalingen die nog openstaan. De vraag hoe de uitgaven zo snel op het inkomen vooruitlopen blijft openstaan; details over hun inkomen, vaste lasten of schulden zijn niet gegeven.






