Het kabinet houdt de optie open om nieuwe kerncentrales te bouwen in de buurt van de Eemshaven in Groningen. Daar zijn twee mogelijke locaties. Ook het Zeeuwse Terneuzen staat nog op de lijst. Staatssecretaris Jo-Annes de Bat benadrukt dat er nog geen besluit is genomen.

De CDA-bewindsman weet dat er in Groningen weinig draagvlak is voor een kerncentrale. „Ze zien me daar liever niet komen, omdat ze gewoon geen kernenergie willen.” Toch houdt hij de twee locaties in het noorden op tafel. TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, zegt dat „vanuit nettechnisch perspectief het beste voor de Eemshaven kan worden gekozen”.

Dit in tegenstelling tot de locatie in Terneuzen, waar veel investeringen in het stroomnet nodig zijn om de opgewekte energie ook aan te kunnen. Voorkeur kabinet De staatssecretaris verwacht eind van het jaar een knoop door te hakken over welke locatie de voorkeur van het kabinet krijgt.

Tot die tijd zit hij met „een dilemma. Groningen: technisch inpasbaar, geen draagvlak. Zeeland: wel draagvlak, technisch gezien een uitdaging”. Eerdere kabinetten wilden liever geen kerncentrale in Groningen, na alle schade die Groningers hebben geleden door de gaswinning in de provincie.

Ook de Tweede Kamer heeft zich al eens uitgesproken daarover. De provincie reageerde donderdag al boos op uitgelekte berichten dat Eemshaven nu toch een optie blijft. ‘Voorkeursrecht’ Het kabinet wil twee kerncentrales bouwen; daarvoor waren eerst zeven locaties in beeld.

Vier daarvan, waaronder de Maasvlakte in Rotterdam, zijn om uiteenlopende redenen afgevallen. Alvast vooruitlopend heeft de bewindsman zijn collega van Ruimtelijke Ordening gevraagd om voor twee locaties het zogenoemde ‘voorkeursrecht’ te vestigen.

Dat betekent dat de overheid als eerste de grond kan kopen als de huidige eigenaar ervan af wil. Naast twee grote kerncentrales wil het kabinet ook kleinere centrales bouwen, zogenoemde SMR’s. Daar zijn nog geen concrete plannen voor. „Welk soort en waar, dat wordt nu allemaal onderzocht,” zegt De Bat daarover.