Het dodental als gevolg van de catastrofale overstromingen in Nepal en Tibet is op 1 september 2026 boven de 1.000 gestegen, terwijl er volgens autoriteiten en hulporganisaties nog ongeveer 4.500 mensen worden vermist. Reddingsteams zochten nog altijd naar honderden mensen die worden gevreesd vast te zitten in moddervolle tunnels bij twaalf Nepalese waterkrachtcentrales.

Het Rode Kruis schatte dat meer dan 93.000 mensen door de ramp zijn getroffen, die volgde op het overlopen van een gletsjermeer. De Nepalese premier Balendra Shah noemde de overstroming een “ongekende en verwoestende natuurramp” en zei dat het moeilijk was om een volledige schadebeoordeling te maken.

Deskundigen waarschuwden dat de gletsjers die de overstroming veroorzaakten nog steeds een groot instortingsrisico vormen, wat opnieuw een vloedgolf van water, ijs en puin zou kunnen veroorzaken. Die waarschuwing kwam terwijl reddingswerkers zich haastten om ongeveer 500 mensen te bevrijden die nog vastzaten in tunnels van de waterkrachtprojecten; meer dan 900 mensen zouden in moddervolle tunnels bedolven zijn.

De ramp heeft opnieuw bezorgdheid gewekt dat de klimaatcrisis de geologie van berggebieden in de Himalaya en andere poolgebieden destabiliseert, waardoor de kans op soortgelijke gebeurtenissen in de toekomst toeneemt.