Jasper Cillessen, Hans Hateboer en Bart Schenkeveld zitten na het sluiten van de transferperiode nog altijd zonder club. Daarmee staan zij symbool voor ervaren, transfervrije dertigers die steeds moeilijker een nieuwe werkgever vinden.
De drie spelers kunnen bogen op een behoorlijke staat van dienst, maar zijn na de transferperiode nog altijd niet ondergebracht. Hun situatie past in een bredere trend: gelouterde voetballers op leeftijd die zonder contract zitten, komen moeilijker aan de bak dan voorheen.
Als verklaring wordt vooral gewezen op de economische kant van het voetbal. De sport is in sterke mate een commerciële bedrijfstak geworden, waarin clubs de kosten van ervaren spelers afwegen tegen andere mogelijkheden. Een van de betrokkenen verwoordt het zo:
„Ik merk dat voetbal enorm economisch is geworden.”
Die uitspraak onderstreept dat financiële overwegingen tegenwoordig zwaar meewegen bij de keuze om al dan niet een oudere, clubloze speler vast te leggen. De kwestie werd op 29 september 2026 beschreven, nadat de transferperiode was gesloten met Cillessen, Hateboer en Schenkeveld nog altijd zonder club.






