De Britse premier Andy Burnham heeft op vrijdag 31 juli 2026 voor het eerst duidelijk laten blijken dat hij nieuwe olie- en gasboringen in de Noordzee wil toestaan. Labour-parlementariërs en klimaatexperts zeggen dat dit de eerste opstand binnen zijn premierschap kan veroorzaken.

De uitspraken komen terwijl het Verenigd Koninkrijk te maken heeft met droogte, bosbranden en hittegolven, en enkele uren voordat de VN-secretaris-generaal waarschuwde dat “elk nieuw fossielbrandstofproject” hittegolven gevaarlijker maakt. Ook maakte BP bekend zijn Noordzee-activiteiten te willen verkopen, wat sommigen ertoe aanzette Burnham op te roepen het Labour-verbod op nieuwe boringen “voordat het te laat is” in te trekken.

Critici binnen zijn eigen partij stellen dat het team rond de premier geen actuele kennis van energiepolitiek heeft en de klimaatzorgen van kiezers onvoldoende serieus neemt. Er is nog geen officieel beleid gewijzigd, maar de signalen hebben al tot scherpe kritiek van milieuorganisaties geleid en roepen vragen op over de betrouwbaarheid van de klimaatbeloften van de regering.