Een coalitie van burgrechtenorganisaties onder leiding van de NAACP heeft op 18 september 2026 een rechtszaak aangespannen tegen functionarissen van de regering-Trump om te voorkomen dat zij dreigen met de inzet van federale opsporingsambtenaren bij stemlokalen tijdens de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen.

De zaak stelt dat de dreiging om agenten verkiezingen te laten observeren, samen met het instellen van nieuw toezicht op kieslijsten, in strijd is met een artikel van de Voting Rights Act. Ook de immigratiehandhaving van de regering en de suggesties dat agenten naar stemlokalen kunnen worden gestuurd, zouden volgens de aanklagers die wet overtreden.

Volgens de organisaties achter de zaak zou de aanwezigheid van federale agenten bij stembureaus ertoe leiden dat mensen bang worden om te stemmen. De rechtszaak is gericht op het stoppen van de dreiging met inzet, niet op een inzet die al heeft plaatsgevonden.

De stap volgt op een periode van strenger toezicht op verkiezingsprocedures in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen. Een reactie van de regering op de rechtszaak staat niet in de bronnen.