De bijbelse figuur Ehud, een Benjaminiet, vermoordde Eglon, de koning van Moab, door zijn paleis binnen te dringen en hem te doden met een kort tweesnijdend zwaard. Het verhaal, dat vragen oproept over de rechtvaardiging van politieke moorden, beschrijft de daad als uitgevoerd met goddelijke goedkeuring.

Volgens het bijbelverhaal kreeg Ehud toegang tot de koning onder het voorwendsel van het brengen van een schatting. Eenmaal alleen met Eglon trok hij zijn zwaard en stak de vorst dodelijk. De vertelling stelt expliciet dat God de moord had geïnitieerd om Israël te bevrijden van de Moabitische onderdrukking.

Het artikel van Nederlands Dagblad onderzoekt de ethische implicaties van dit oude verhaal en vraagt zich af of een dergelijke liquidatie ooit gerechtvaardigd zou kunnen zijn in de moderne tijd. Het merkt op dat Ehud in de bijbelse traditie wordt gevierd als held en rechter, in contrast met hedendaagse opvattingen over gerichte moorden.