Buitenlandse Zaken heeft tot 10 augustus 2026 de tijd om de terugkeer van een Belgische vrouw en haar 11-jarige dochter uit het Syrische kamp al-Roj te faciliteren, op straffe van een dwangsom van 2.500 euro per dag. De termijn werd opgelegd door een gerechtelijk bevel, zo bleek uit berichten van 9 juli 2026.

Moeder en dochter behoren tot de Belgische gevangenen in het kamp, waar familieleden van verdachte IS-strijders worden vastgehouden. Buitenlandse Zaken overlegt nog met zijn advocaten over de repatriëring.

Als de twee niet voor de deadline worden teruggehaald, gaat de dwangsom in. Het is nog onduidelijk hoe de regering zal handelen, aangezien eerdere repatriëringen uit de regio complex en politiek gevoelig waren.