Nieuw ontdekte archiefstukken zaaien twijfel over het alibi van Adolf Hitler bij de dood van zijn nichtje en vermeende minnares Geli Raubal. Zij zou een dag eerder zijn overleden dan altijd is beweerd, op een moment dat Hitler nog in München was.

De vondst, bekendgeraakt op 23 september 2026, ondermijnt een aanname die decennialang overeind bleef. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat Hitler niet aanwezig kon zijn op het moment van Raubals dood, een redenering die steunde op de datum die traditioneel voor de gebeurtenis wordt genoemd. Het archiefmateriaal wijst erop dat Raubal een dag vroeger stierf dan die datum, waardoor haar dood samenvalt met een periode waarin Hitler zich nog in de Beierse hoofdstad bevond.

Omdat de gedocumenteerde tijdlijn met één dag verschuift, houdt het alibi dat Hitler lang op afstand van de omstandigheden rond haar dood moest houden, niet langer stand op dezelfde manier. Waar de stukken precies vandaan komen en wat erin staat, is niet bekendgemaakt.

De dood van Geli Raubal, Hitlers nichtje en volgens al lang bestaande lezingen zijn vermeende minnares, blijft een van de meest besproken en minst opgehelderde episodes uit zijn biografie. De nieuw opgedoken documenten voegen een concreet chronologisch gegeven toe aan een zaak die decennialang vooral op algemeen aanvaarde data berustte en niet op documentair bewijs.